Angst regeert op zee: wie durft er door de Straat van Hormuz?
In dit artikel:
De Straat van Hormuz blijft na het begin van de oorlog een risicogebied; hoewel VS en Iran formeel een staakt‑het‑vuren overeenkwamen, is er in de praktijk weinig scheepvaartverkeer teruggekeerd. Op trackingdiensten zoals MarineTraffic is het normaal drukke, 56 kilometer smalle deel vrijwel leeg: honderden tankers liggen nog vast in de Perzische Golf, die vóór de crisis circa 20% van de wereldolielevensstroom verzorgde. De blokkade heeft al geleid tot hogere energieprijzen.
Opvallend veel schepen liggen voor anker, staan stil of “zwerven” rond; slechts enkelen wagen zich voorzichtig richting de zeestraat. Er zijn ook meldingen dat Iran mijnen heeft gelegd, waarvan locaties onbekend zijn, wat opruiming door mijnenvegers noodzakelijk en tijdrovend maakt. Bovendien circuleert informatie dat Iran de doorgang opnieuw sloot na nieuwe Israëlische aanvallen op Libanon.
Erik Meijer, promovendus maritieme strategie aan de Universiteit van Amsterdam, benadrukt dat scheepvaart niet met een schakelaar te herstarten is: „Het duurt even voordat het allemaal weer op gang is.” Rederijen wachten liever op een duurzame de‑escalatie, want niemand wil „tussen twee vuren” terechtkomen. Historische vergelijkingen naar de ‘tanker war’ van de jaren tachtig wijzen op grote risico’s: toen escorte van schepen nodig was, raakten oorlogsschepen en koopvaardij al in gevaar (zoals het fregat USS Samuel B. Roberts in 1988). Sindsdien kwamen drones en andere wapens bij, waardoor escortevaart logistiek zwaar en politiek gevoelig is — het sturen van marineschepen kan de situatie juist laten escaleren. Grote vervoerders zoals Hapag‑Lloyd, Maersk en MOL zeggen eerst garanties voor veiligheid nodig te hebben voordat ze weer routinematig door de Straat van Hormuz varen.