Bizar: Nederlander werkte jarenlang als top-spion voor de Mossad en rekruuteerde Iraanse geleerden
In dit artikel:
Een Nederlandse man uit Overijssel leidde jarenlang een dubbel leven als Mossad‑spion onder de schuilnaam "Jonathan Mor", zo beschrijft Telegraaf‑journalist Silvan Schoonhoven in zijn boek Spion van de Mossad. Als ogenschijnlijke hotelier in Nederland werkte hij vanaf 2008 fulltime voor de Israëlische inlichtingendienst, opererend als zogeheten non‑official cover (geen diplomatieke onschendbaarheid). Met een reeks aliassen rekruteerde hij Iraanse wetenschappers, bouwde spionagenetwerken op en fungeerde als schakel in liquidaties van Hamas‑ en Hezbollah‑figuren.
Achtergrond: als tiener raakte hij geobsedeerd door Israël, emigreerde later naar Israël, bekeerde zich tot het jodendom en deed militaire dienst voordat hij door de Mossad werd ingezet. Zijn Nederlandse uiterlijk en talenkennis maakten hem geschikt om in Europa en dure hotels hooggeplaatste doelwitten te benaderen en te verleiden met geld en valse identiteiten.
Belangrijke operaties waarin hij volgens het boek betrokken was: medewerking aan de Mossad‑groep Caesarea bij plannen tegen de Iraanse generaal Qassem Soleimani, een rol bij de eliminatie van twee Hamas‑wapensmokkelaars in 2011, en — tot 2022 — deelname aan "operatie Koppelaar", een AI‑gestuurd systeem dat bedoeld was om grote delen van de Iraanse bevolking te analyseren en automatisch nieuwe informanten te rekruteren. Mor beweert dat de Mossad daarmee uitgebreide invloed op Iraanse telecommunicatie had.
Hij toont volgens het boek geen berouw; kort samengevat zei hij dat hij geen spijt heeft van zijn werk en overtuigd is van het belang daarvan voor Israël en de strijd tegen terreur. Het verhaal riep in de krant en in het boek felle vragen op over de rol van Nederlandse veiligheidsdiensten: hoe kon de AIVD jarenlang een agent van een buitenlandse inlichtingendienst op Nederlands grondgebied laten opereren zonder ingrijpen?
Het artikel fungeert zowel als reconstructie van een spionagecarrière als aanklacht richting gebrek aan zichtbaarheid en controle op buitenlandse operaties in Nederland. Het roept discussie op over internationale spionage, juridische grenzen voor non‑official covers en de verantwoordelijkheden van binnenlandse inlichtingendiensten bij het opsporen van buitenlandse agenten.